Extra/bonus informatie behorend bij uitgegeven Tijdschrift 2-2025




















(verdieping en behorend bij uitgave in print)
Villa ‘Hebron Driebergen’: gemeenschapshuis van de Nederlandse Christelijke Gemeenschapsbond (NCGB) en betrokken bij het ontstaan van de Evangelische Omroep (EO)
Jan Heemstra
Park van villa’s en smalle paden
De grond waarop het vroegere Prins Hendrikpark en het Burgemeesterpark tot stand zijn gekomen, behoorde oorspronkelijk tot Buitenplaats Sparrendaal. Het ging toentertijd voornamelijk om (hakhout)bos. In 1932 (het jaar waarin Driebergen en Rijsenburg als één gemeente verder gingen) werd het Prins Hendrikpark omgedoopt tot Mevrouw van Vollenhovenpark, naar Mevrouw van Vollenhoven (†1928), in leven woonachtig op Buitenplaats Sparrendaal. Daarmee werd verwarring met de Prins Hendriklaan in Rijsenburg voorkomen.
Na diverse verkoopveilingen kon de ‘Nederlandse Maatschappij tot Exploitatie van roerende en onroerende goederen Stad en Land’ uit Amsterdam in de jaren 1902-1903 beginnen met het ontwikkelen van een perceel bouwgrond, omschreven als ‘perceel bouwterrein gedeeltelijke begrensd door Traaijweg en Bovenweg’. Naar de mode van de tijd zou het een villapark moeten worden met de naam ‘Prins Hendrikpark’. In de genoemde jaren werd het terrein bouwrijp gemaakt met wegen en bouwkavels. In het midden van het bouwperceel werd een rotonde’achtig construct geprojecteerd met de bedoeling er een vijver aan te leggen. Die kwam er niet, wel een grasveldje met beplanting en met een grote stenen tuinvaas op voetstuk in het midden als blikvanger. Voor de verfraaiing van het geheel stelde de Verfraaiingsvereniging (VVV) zich vanaf 1906 verantwoordelijk. Rotonde en wegen waren aanvankelijk particulier bezit. De gemeente voelde zich daarom tot 1932 niet verplicht tot aanleg van (straat)verlichting. In 1906 zien we Frederik Karel Trippelvitz opduiken verbonden aan een ‘Ingenieurs Bureau voor aanleg van electra en waterleiding’, mogelijk gelieerd aan ‘Stad en Land’ in Amsterdam. De rotonde kreeg de voorlopige naam ‘Het Rond’ en de weg van Traaij naar Burgemeesterpark: ‘Middellaan’. Vanwege het oorspronkelijke bos hadden de wegen meer het karakter van paden en om die reden verloren ze bij de officiële gemeentelijke straatbenaming in 1932 hun provisorische naam en werd de adressering: ‘Prins Hendrikpark’, voorzien van huisnummer.
Perceel bouwterrein, verdeeld in kavels met wegen/paden en rotonde. Op bouwkavel 14 zou de villa Wilhelmina komen, later hernoemd als Hebron en veel later daarna als Bronstein.
© St. Hugo de Lanoy Meijer
Het Rond met Villa Klein Rustoord Chr. Pension aan de Middenlaan 4 in het Prins Hendrikpark (eertijds Villa Wilhelmina)
Villa Wilhelmina Chr. Pension ‘Klein Rustoord, aan de Middenlaan 4. In: De Nederlander, Nederlandsch Dagblad tot verbreiding van Christelijk-Nationale beginselen, 24 maart 1907, pag. 4, Delpher
Het Nieuws van den dag, 03-1908, Villa Wilhelmina aan het Rond 3. Delpher
Vrij zeker is de villa gebouwd door de bouwfirma Fukkink. Hans Nouwens noemt in de V&Nu periodiek van april 2025 (blz,35) als architect de Zeister bouwkundige J.M. Paap, verbonden aan eerder genoemde Exploitatie Maatschappij Stad en Land uit Amsterdam. De eerste kadastrale registratie van ‘huis, tuin en weg’ (kavel 14) van de villa die later bekend zal worden onder de naam ‘Hebron’, dateert van ongeveer (het dienstjaar) 1905. De benaming van de villa was toen Villa Wilhelmina, met een perceelgrootte van groot 10 are 30 centiare. De eigenaar was F.K. Trippelvitz. Waarschijnlijk fungeerde de villa als modelwoning voor het bouwproject, want we zien de villa herhaaldelijk in advertenties genoemd als contact- of bezichtigingsadres. In 1907 en 1908 vond bijbouw plaats. In de winter van 1909 werd ingebroken in de toen ‘tijdelijk niet bewoonde villa’. De daders, twee jonge kinderen, lieten een ware ravage achter. Trippelvitz liet de villa een maand later in 1909 veilen in Amsterdam, maar bereikte kennelijk geen acceptabel bod. Tot die tijd is er nog geen sprake van een Christelijk pension Rijksen, alhoewel er in 1907 al werd geadverteerd met de opening.
Villa Wilhelmina Chr. pension ‘Klein Rustoord’ van mej. Rijksen. Glasnegatief W. Kraal. Regionaal Archief Zuid-Utrecht, Wijk bij Duurstede (WbD)RAZU), toegang 151 Topografisch-Historische Atlas Driebergen-Rijsenburg, {151)30136
Villa Wilhelmina (naambordjes op het toegangshek) met daarin gevestigd Chr. pension ‘Klein Rustoord’ van mej. Rijksen. Ook wel: pension Rijksen, 1906-1911. Prentbriefkaart J. Hoekstra. 17651/Beeldmateriaal/Het Utrechts Archief (HUA)
Veiling van de Driebergse villa Wilhelmina. Het Nieuws van den dag, 29 maart 1909. Delpher
In 1916 stelde de burgerlijke gemeente zich in het bezit van de wegen en de rotonde. Zeer waarschijnlijk was in die tijd in de villa het pension Klein Rustoord gevestigd, zoals mag blijken uit een artikeltje in de plaatselijke courant van 1912. In 1917 werd Johannes Hibbeln, koopman te Hilversum, de nieuwe eigenaar. Het lijkt erop, dat in dat jaar 1917 het pension werd opgeheven, gezien onderstaande advertentie.
Hibbeln verkocht de villa in 1936 voor fl. 5000,= aan Hendrik Jan Vlogtmann, Duitser van origine en koopman. Vlogtmann woonde eerst aan de Parklaan 12 alwaar zijn echtgenote Anna Maria Raufeisen in 1933 overleed, daarna aan de Parklaan 19, met de villanaam ‘Haus Gottesgabe’.
Inlichtingen gevraagd door de vermogensbeheerders, benoemd door het Nederlands Beheersinstituut (NBI Den Haag) omtrent H.J. Vlogtmann c.s., verblijvend in Duitsland. Algemeen Hndelsblad, 23-09-1946. Delpher
H.J. Vlogtmann vluchtte kennelijk in de laatste oorlogsjaren naar Duitsland. Het Nederlands Beheersinstituut (NBI 1945-1968) ontnam hem als Duitser, wonende in Nederland het vermogen (zogenoemd ‘Vijandelijk Vermogen’) en ‘beheerde’ dat (NBI dossiers 2.09.16.03/183 954-183962 en 184011-184015). H.J. Vlogtmann staat niet op de lijst van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR).
In maart 1948 werd de villa door de beheerders van het NBI verkocht aan ‘den Stichting Pensioenfonds van den Nederlandschen Christelijke Gemeenschapsbond te Driebergen-Rijsenburg, Buzziburglaan 9’. Van deze pensioenstichting was toentertijd de gemeenschapsleider van de Gemeenschapsbond in Hebron, Gerard Bertus van Prattenburg, de bestuursvoorzitter. De volgende kadastrale registratie van verkoop dateert van 1976 (kadastraal dienstjaar 1978).
II (2) NCGB en Gemeenschapshuis Hebron Driebergen
Vanaf ongeveer 1929 werd de villa aan het Mevrouw van Vollenhovenpark 6 in Driebergen bestemd als NCGB-post ‘Hebron Driebergen’, toentertijd nog voorzien van een grote tuin. De villa bood voldoende woonruimte alsmede ruimte voor allerlei bijeenkomsten, conferenties, e.d.
De Nederlandse Christelijke Gemeenschapsbond werd in 1922/’23 opgericht. De initiatiefnemers waren de n.-h. predikant ds. H.J. Couvée uit Amerongen en dr. J.H. Gunning. Couvée beriep zich op eenzelfde visionaire ervaring van opwekking in Wales (Eng.) als Johannes de Heer. De Gemeenschapsbond was een Nederlandse orthodox-protestantse interkerkelijke organisatie voor het verspreiden van het reformatorisch-gereformeerde geloof door evangelisatie, zowel binnen Nederland als daarbuiten. Refererend aan de bijzondere betekenis van het Duitse begrip Gemeinschaft wilde de Gemeenschapsbond tot geloofsopwekking stimuleren binnen de bestaande kerkelijke verbanden. Men wilde uitdrukkelijk niet interfereren met de institutionele kerken; er werd bijvoorbeeld tijdens die reguliere kerkdiensten niet geëvangeliseerd. De evangelisten wilden van dit geloof getuigen in samenkomsten en in (meerdaagse) conferenties, in de openlucht, in kerk en zaal, met (psalm)zang en muziek, met Bijbellezing, Bijbelcursussen en met verootmoediging en met een persoonlijk belijden van zonden en een getuigenis van ‘wedergeboorte’. Er werd gewerkt met rayons van zo’n vier â vijf dorpen of steden, posten genoemd. Driebergen met de villa Hebron vormde samen met Zeist, Utrecht en Bilthoven zo’n rayon. Aan het hoofd van een rayon stond de evangelist-gemeenschapsleider, in dienst van de Gemeenschapsbond. Het bestuurlijk centrum van de Gemeenschapsbond bestond uit de Bondsbroederraad, ondersteund door een centraal landelijk bureau. Na vestiging in Gemeenschapshuis Hebron Driebergen werd ook het landelijk bureau er ondergebracht. Het landelijk bureau werd geleid door (zuster) Rie Vogelaar.
Christelijk-reformatorisch. De Gemeenschapsbond stond als reveil- en bezinningsbeweging in de traditie van de Nadere Reformatie. Persoonlijke geloofsbeleving en de Bijbel geframed naar de Dordtse leer stonden centraal. Men doorkruiste de twee Testamenten, op zoek naar wat paste. De verwachting van een spoedige wederkomst van Jezus (eschatologie) was groot. Johannes de Heer verwachtte de wederkomst zelfs nog tijdens zijn leven! De invloeden van het piëtistisme-methodisme zijn duidelijk aanwezig. In onze tijd zal men spreken van een behoudende stroming binnen het protestantisme, wat betreft geloofsbeleving bevindelijk- of evangelisch-gereformeerd of reformatorisch-gereformeerd (afgekort: grefo). De activiteiten sloten naadloos aan bij de ‘tentzending’ die vanaf 1906 door Johannes de Heer op veel plaatsen in het land werd georganiseerd.
Wat waren zoal de activiteiten?
- Geestelijke Vorming. Dit omvatte regelmatige gebedsbijeenkomsten, contemplatie en gezamenlijk bidden. Er werd veel aandacht besteed aan persoonlijke toewijding en aan de ontwikkeling van een hechte relatie met God.
- Evangelisatie en Outreach. De NCGB organiseerde evangelisatiecampagnes en activiteiten in Nederland zelf. De deelnemers gingen vaak op pad om het evangelie te verkondigen in omliggende dorpen en steden, wat soms gepaard ging met het uitdelen van Bijbels of christelijke literatuur. Straatevangelisatie viel hier ook onder.
- Conferentie en Bijscholing. De NCGB organiseerde regelmatig conferenties, retraites en bijscholingscursussen in een Zendingshuis voor zowel nieuwe als ervaren evangelisten.
Gemeenschapshuis Hebron Driebergen
Van Prattenburg
Van Oostveen
A.P. van de Sande
Gemeenschapsleiders van het eerste uur. De eerste gemeenschapsleider in Hebron Driebergen was broeder Van Prattenburg. Aanvankelijk was hij onderwijzer, maar in 1925 ‘gaf hij aan Gods roepstem gehoor om in de wijngaard te werken’. Hij speelde een cruciale rol bij het opzetten en leiden van ‘tentzending’. Na bijna dertig jaar ‘dienst’ vanuit Hebron Driebergen, waar hij ook woonde, werd Van Prattenburg om gezondheidsredenen in 1955 overgeplaatst naar Hengelo. In datzelfde jaar werd hij opgevolgd door Johan H. van Oostveen (1904-2000) als evangelist-gemeenschapsleider.
Van Oostveen (1904-2000) is geboren in Amerongen als zoon van een brood- en banketbakker. Na de lagere school werkte hij twee jaar in de bakkerij van zijn vader. In die tijd bezorgde hij luxe broodjes bij kasteel Amerongen, waar de Duitse keizer na capitulatie in WO I (eind 1918) tijdelijk verbleef. Uit het contact met de kasteelkeuken groeide de ambitie kok te willen worden. Aan de toentertijd heersende Spaanse Griep zal Van Oostveen een zwakke gezondheid overhouden. Van Oostveen volgde catechisatie bij ds. Couvée. Hij volgde als ‘kwekeling’ een opleiding aan het Zendingshuis, alwaar een bijbelschool en een conferentieoord was gehuisvest. De opleiding werd na opheffing van de bijbelschool drie jaar voortgezet in het theologisch seminarie ‘Johanneum’ in Wuppertal. Van Oostveen behaalde in 1942 nog de akte godsdienstonderwijs met preekbevoegdheid in de hervormde kerk. Na het Johanneum werd hij in 1929 aangesteld als evangelist-gemeenschapsleider in Hengelo (O) en omgeving, met Heerenveen, Zuidhorn en Apeldoorn als speciale aandachtsgebieden. In 1930 startte Van Oostveen in Enschede met tentcampagnes onder zijn leiding. In 1932 trouwde hij in Hengelo met Gerrie Rook. Uit dit huwelijk kwam in 1939 een zoon voort, Jan genaamd. In 1938 werd Van Oostveen overgeplaatst naar rayon Noord-Holland en in 1949 volgde Den Haag en in 1955 Driebergen. Bij het bereiken van de pensioenleeftijd in 1969 werd Van Oostveen opgevolgd door broeder A.P. van de Sande. Johan van Oostveen was een vurig pleitbezorger voor het gebruik van moderne middelen, zoals radio en televisie, om het christelijke geloof te verkondigen. Hij zal in april 1967 de oprichting van de Evangelische Omroep als C-omroep bekend kunnen maken. Van Oostveen is op 96 jarige leeftijd overleden.
In het rayon Twente waar Van Oostveen als evangelist begon, was ook evangelist Jan Kits (1902-1986) van de Evangelische (Hernhutter) Broedergemeente Zeist werkzaam. Tussen kruidenierszoon Jan Kits en Van Oostveen bestond een hechte vriendschapsband en beiden waren bevriend met Johannes de Heer (1866-1961), die in 1921 in Driebergen-Rijsenburg was gaan wonen, eerst in Villa Nelly aan de Hoofdstraat en later aan De Beaufortlaan 8. Kits kreeg de leiding over het in 1947 geopende christelijke conferentieoord ‘Het Brandpunt’ in Doorn. Vandaaruit zal hij een belangrijke rol spelen bij de oprichting en het bestuur van de Evangelische Omroep.
Hebron Driebergen als Gemeenschapshuis. Als landelijk centrum stuurde Hebron Driebergen de vormings- en opleidingsactiviteiten aan voor de NCGB. Daarnaast was Hebron de plaats waar mensen werden voorbereid op evangelisatiewerk, zowel in eigen land als in het buitenland.
Als plaatselijke ‘post’ kende Hebron Driebergen wekelijkse evangelisatiediensten en samenkomsten met nagesprekken. Vier maal per week werden kindersamenkomsten, wekelijkse bidstonden en op zondagavond jeugdsamenkomsten gehouden.
Al met al was het een komen en gaan van bezoekers van overal vandaan.
Zuster Rie Vogelaar
De begane grond van de villa Hebron Driebergen werd gebruikt als evangelisatiezaal en op de eerste verdieping was het centraal landelijk bureau gevestigd. Dit was het administratieve en organisatorische hart van de bond onder leiding van zuster (zr.) Rie Vogelaar, die overigens ook deelnam als gemeenschapszuster.
Op de bovenverdieping bevond zich ook de woonruimte van de evangelist-gemeenschapsleider. Deze moest tevens als huismeester of conciërge voor het gebouw zorg dragen. De inrichting was uiterst sober. Als tafels werden planken op schragen gebruikt, die bijvoorbeeld op zondagavonden ten behoeve van de jeugdbijeenkomsten nog snel in elkaar moesten worden gezet.
Voor begeleiding van het zingen en tijdens de evangelisatie bijeenkomsten op dinsdagavond diende een harmonium, soms een traporgeltje, onder meer bespeeld door toenmalige predikant en musicus ds. C.A.E. Groot (bron: Hans Nouwens).
Aanvankelijk startte men hier met een jeugdgroep van ongeveer ca. 30 jongeren, onder wie de zoon Jan van Oostveen en diens vrienden. Deze waren niet zo geporteerd voor de wekelijkse samenkomsten, maar assisteerden wel trouw bij de openlucht- en straatbijeenkomsten bij het station of op de Traaij, bij voorkeur op vrijdagavond: koopavond. Ze zorgden voor de installatie en pick-up en lazen uit de Bijbel, getuigden en deelden traktaten uit. Op kerstmorgen ging de jeugdgroep in alle vroegte (vijf uur) kerstliederen zingen bij zieken en bejaarden, door omwonenden op dit tijdstip niet altijd op juiste waarde geschat zoals Chris Bor zich nog weet te herinneren. Voor de openlucht- en straatbijeenkomsten werd ook gebruik gemaakt van een klein traporgeltje dat werd gedragen door twee jongens. Bij terugkomst wachtte chocolademelk en een krentenbol, klaar gemaakt door de echtgenotes (zusters) van de gemeenschapsleiders.
In de jaren na WO II werd Hebron Driebergen nog als ‘derde’ ruimte door de Hervormde gemeente (Grote Kerk) gebruikt voor kerkdiensten, huwelijken, recepties en zondagsschool. Dit duurde min of meer tot de stichting van wijk III met derde predikantsplaats en de bouw van de Morgensterkapel aan de Melvill van Carnbeelaan in de jaren 1960-1962, op bouwgrond van Johannes de Heer.
Straat evangelisatie. Vanuit Hebron Driebergen werden straat evangelisaties gehouden, zowel in Driebergen als in de omliggende gemeentes. De idee daarbij was het evangelie actief te verspreiden. Hoe ging dat zo al?
Straat evangelisatie vanuit een post als Hebron Driebergen had als doel het evangelie direct bij de mensen te brengen, buiten de muren van de kerk. Op die wijze uitten de evangelisten op praktische manier hun geloof en raakten zij betrokken bij de lokale gemeenschap. Voor veel deelnemers was het ook een vorm van training. Niet iedereen in het publiek was hiervan gediend. De evangelisten kregen regelmatig beschimpingen en ongeloof over zich heen. Voorafgaand aan de straat evangelisatie werd veel aandacht besteed aan gebed en praten over het geloof. Hiertoe kregen de evangelisten lessen in apologetiek (het verdedigen van het geloof), persoonlijke getuigenis en het omgaan met eventuele tegenstand of met moeilijke vragen. De deelnemers werden voorzien van evangelisatiemateriaal zoals traktaten, Bijbels en christelijke literatuur, welke ze konden uitdelen tijdens de gesprekken op straat.
De straat evangelisatie vond plaats op openbare plekken waar veel mensen samenkwamen, zoals markten, winkelstraten, of nabij het station Driebergen-Zeist. Het doel was op een laagdrempelige manier in contact te komen met voorbijgangers. De evangelisten gingen in kleine groepen de straat op, waar ze mensen aanspraken om met hen te praten over het geloof. Vaak werd begonnen met een vraag of met een kort gesprek om interesse te wekken. Toehoorders die interesse toonden, werden uitgenodigd voor bijeenkomsten in Hebron Driebergen zelf of voor diensten in een plaatselijke kerk waarmee Hebron Driebergen contacten had.
Jeugdkampen. Het eerste jeugdkamp van Hebron Driebergen kon nog in de villa worden gehouden. De jongens sliepen op strozakken in de studeerkamer en de meisjes in een afgeschut gedeelte van de evangelisatiezaal. Het tweede kamp was op een boerderij in Putten. Een aantal jaren later was de omvang van het jeugdkamp gegroeid tot 230 jongeren, dus werd uitgeweken naar andere locaties, o.a. naar Hydepark/het Grote Bos (in Doorn). Emeritus predikant en musicus ds. Charles A.E. Groot uit Amerongen herinnert zich nog dat hij van 1958 tot 1964 betrokken was bij jeugdbijeenkomsten in Driebergen, weekends in Alkmaar en Hengelo en bij jeugdkampen in diverse plaatsen zoals Ommen, Hummelo, Oldebroek en Woudenberg (bron: Hans Nouwens).
Hebron Driebergen en De Evangelische Omroep (DEO, na 1967 EO)
Het fenomeen ‘Omroep op basis van een radioprogramma’ bestond in Nederland sinds 1919. Toentertijd sprak men van ‘de draadlooze’. In christelijke kringen gold het nieuwe medium eerder als ‘instrument van de duivel’ dan als nieuwe mogelijkheid om het Evangelie in ‘tienduizend’ huizen te brengen. Johannes de Heer was één van de eersten die er doelgericht gebruik van ging maken. In 1924 was hij één van de initiatiefnemers tot de oprichting van de NCRV. Hij trad ook toe tot het bestuur ervan
Hebron Driebergen speelde ook een rol in het ontstaan van de EO. Enkele oprichters en medewerkers van het eerste uur van de EO waren niet alleen nauw verbonden met de Nederlandse Christelijke Gemeenschapsbond en met Hebron Driebergen, maar waren ook afkomstig uit Driebergen.
Verwevenheid van NCGB met EO
- Er was een gemeenschappelijke ideologie en visie. Zowel NCGB als de EO deelden in ieder geval in de beginjaren een sterke evangelische visie met nadruk op het verspreiden van het christelijke geloof. Het werd de Gemeenschapsbond (tot 1965) toegestaan eenmaal per jaar aan het zogenoemde NCRV ‘ziekenuurtje’ invulling te geven. De komst van een derde net in 1965 (aanvankelijk bedoeld voor lichtere muziekprogramma’s) bood de mogelijkheid om ‘via een nieuw platform het christelijke geloof breed uit te dragen’. De aanvankelijke idee was, dat de NCGB middels een Evangelische Omroep zou kunnen worden voortgezet in een nieuwe, moderne vorm.
- Er was een persoonlijke band. De pleitbezorgers voor een EO, waaronder evangelist broeder (br.) J. Kits, broeder Johan van Oostveen, Johannes de Heer en ds. Willem Glashouwer sr., hadden banden met Hebron Driebergen. Bij dit gezelschap sloot zich ook A. Ramaker aan die al eerder met evangelische radio-uitzendingen was begonnen. Ramaker werd in 1967-1969 eerste secretaris van de opgerichte Stichting ‘De Evangelische Omroep (DEO, later EO)’. Vele besprekingen en vergaderingen, voorafgaand aan de oprichting, hebben plaatsgevonden in het Christelijk Conferentie Centrum ’t Brandpunt in Doorn (Evangelisch Centrum, geopend in1947) en in Hebron Driebergen.
- Aanleiding tot oprichting. De EO werd opgericht in 1967, na twee jaar tevergeefs onderhandelen met de bestaande christelijke omroep NCRV over samenwerking onder de vleugels van deze omroep, wel uitdrukkelijk onder beding van een onafhankelijke status. Naar gevoelen van de Gemeenschapsbond was bij de NCRV een ‘verschraling van evangelieboodschap naar theologie’ gaande en vond de roep om een eenvoudige en directe verkondiging van die boodschap minder gehoor (Van Oostveen, 1979). De in het omroepwezen al ervaren omroep NCRV voelde er kennelijk niet voor zich de oren te laten wassen door een Gemeenschapsbond die in de wandelgangen doorging als ‘geloofsfanaat’. In 1969 hakte de EO de knoop door en besloot een eigen zendmachtiging voor radio en televisie aan te vragen.
De evangelisatiecampagnes van de Amerikaanse evangelist Billy Graham in 1954 in Amsterdam zullen de meeste lezers nog wel in het geheugen zitten. De actie waaierde uit naar andere plaatsen in Nederland. In die tijd organiseerde de met Billy Graham verbonden jeugdbeweging Youth for Christ tentcampagnes en openluchtbijeenkomsten. Toen al was merkbaar dat de NCRV zich aan het afwenden was van de kinderlijke en sobere vorm evangelieverkondiging waarvan het ‘eenvoudige geestelijke lied’ een geliefde uiting was.
Vanaf 1967 tot 2019 was de buitenplaats Lindenhorst aan de zuidzijde van de Hoofdstraat richting Doorn in Driebergen-Rijsenburg de thuisbasis voor het christelijk jongerenwerk Youth for Christ. De buitenplaats kwam door schenking in 1973 in bezit van deze organisatie.
Uitzendingen van de EO
De allereerste uitzending van de EO vond plaats in 1967. In de beginperiode werden de uitzendingen gemaakt in de studio's van de Nederlandse Christelijke Radio Vereniging (NCRV) in Hilversum.
Ds. Willem Glashouwer
De eerste presentator van de EO was de Driebergse ds. Willem Glashouwer sr. (1913-1983), sinds 1960/’61 predikant bij de hervormde Grote Kerk in Driebergen. Glashouwer verzette zich tegen instellingen die in zijn ogen aan links-theologische dwaling leden, zoals de Wereldraad van Kerken met het project oecumene waarin ook vrijzinnigheid werd getolereerd. De nadruk van de moderne theologie op horizontalisme en geloofspraxis - de verhoudingen tussen mensen onderling - ging hem te ver. Pastoraat en gemeente werden erdoor verwaarloosd! In zijn verzet ertegen was hij ‘activistisch’ te noemen. Hij was initiatiefnemer tot het ‘Gemeente Reveil’: toerusting van de gemeente. Glashouwer was van begin af aan er voorstander van om de evangelische EO uitzendingen via de NCRV te realiseren. Uiteindelijk besloot de NCRV daarin niet mee te gaan. Tijdens de lastige besprekingen met de NCRV profileerde Glashouwer zich als alom gewaardeerd ‘bruggenbouwer’. In de vroege dagen van de EO vervulde hij die rol ook, niet alleen als presentator, maar ook als voorzitter (1971-1983) en als drijvende kracht achter de missie en visie van de omroep
Als tweede omroepster was de Driebergse Nen van Ramshorst ook een bekend gezicht bij de Evangelische Omroep. Haar ouderlijk huis lag naast Hebron aan het Mevr. van Vollenhovenpark 3. Nen was o.a. bekend als presentatrice van het populaire programma ’Nederland Zingt’. In dit programma stond samenzang van christelijke liederen centraal. Daarnaast presenteerde Nen algemene aankondigingen. Zij zal na haar afscheid van de EO als neerlandica het onderwijs ingaan, in Bussum conrector worden en als wethouder in de Bussumse politiek actief zijn.
https://youtu.be/livnpGwSzwU?si=cMOh-D-M-oSOtscP
- Nieuwe huisvesting voor de NCGB in Kasteel Rhederoord
Kasteel Rhederoord
Na ruim 40 jaar Gemeenschapshuis Hebron Driebergen kwam in 1976 een einde aan deze vestigingsplaats. De huisvesting werd te klein. Het landelijk bureau bijvoorbeeld telde al zeven medewerkers. De villa werd verkocht en met de opbrengst kon in 1976 het Kasteel Rhederoord in het Gelderse dorp De Steeg (bij Arnhem) worden gefinancierd en gekocht. In feite was er niet sprake van een kasteel, maar van een landgoed met landhuis, koetshuis en belendende huizen, waaronder een beheerdersvilla. De NCGB bestemde het landhuis voor conferenties, voor kort of langer vakantieverblijf met NCGB activiteiten en voor thematische bijeenkomsten. Het koetshuis werd tijdens de zomermaanden bestemd voor jongerenwerk. Het omvangrijke park werd onderhouden met behulp van vrijwilligers en de Landbouw universiteit Wageningen. In de jaren negentig van de vorige eeuw ontstonden er problemen tussen het bestuur en het stafpersoneel over het toekomstperspectief, de vergrijzing en de verdere professionalisering, vaak uitlopend op vertrek en ontslag van al het personeel. In 2003 is er sprake van faillissement en in 2004 van verdere doorstart als hotel en conferentiecentrum Landgoed Rhederoord.
(1976) The days after…
De familie Nouwens kocht in 1976 het voormalige Gemeenschapshuis Hebron Driebergen, met het doel de villa weer particulier te gaan bewonen. Door de koop werd het gebouw gered van de sloperskogel die in die tijd in de gemeente te pas en te onpas rondwaarde. Het pand was uitgewoond en afgeleefd, nauwelijks meer geschikt voor bewoning. Een behoorlijke keuken en badkamer ontbraken. Op de begane grond bevond zich slechts een klein granieten aanrechtje met een kraantje, op de verdieping een geïmproviseerde keuken met een klein geisertje en op de zolder een eenvoudige douche. Alle voormalige paneeldeuren waren naar de mode van de tijd glad betimmerd. In de kelder stond een grote vooroorlogse, oorspronkelijk kolengestookte verwarmingsketel, later omgebouwd voor oliestook. De vuistdikke verwarmingspijpen op zolder waren doorgeroest en zeer provisorisch gerepareerd. De waterleidingen waren nog deels van lood en de elektrische bedrading was weggestopt in ijzeren buizen die veel later na de bouw in begin 1900 bloot op de muur waren aangebracht. De plafonds waren in zo’n slechte staat, dat er regelmatig stukken naar beneden vielen. Een ingrijpende renovatie was noodzakelijk. De villanaam werd gewijzigd in ‘Bronstein’. De villa heeft van gemeentewege de status van gemeente monument.
Villa Bronstein, Mevrouw van Vollenhovenpark 6 (foto 2025)
Met dank aan:
- Hans Nouwens (V&Nu Periodiek april 2025), Leersum
- Nen van Ramshorst, Bussum
- Glashouwer
Bronnen:
- Oostveen, Johan H., van, In dienst van de Meester, vijftig jaar evangelieverkondiging, Telos-boek, Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, 1979
- Sande, van de, Aad, Herinneringen en aantekeningen
- Vermaat, Emerson, De Evangelische Omroep. Ontstaansgeschiedenis, Uitg. Aspekt, 2007.